Onderzoek en ontwikkeling Marnix Academie

Wij vinden het belangrijk om als hogeschool bij te dragen aan de ontwikkeling en verbetering van het onderwijs. Dat realiseren we via de lectoraten en door het doen van onderzoek door docenten, studenten en onze partners in het basisonderwijs.

Het Marnix Innovatiecentrum

Het MIC is een ‘centre of expertise voor leren en onderwijzen in de 21e eeuw’. Het MIC gaat ervan uit dat het doen van onderzoek geen doel op zich is, maar altijd middel is om tot innovatie en duurzaam kwalitatief goed onderwijs te komen. De grove kaders van onderzoek zijn de volgende:

  • Het onderwerp van onderzoek heeft betrekking op het leren en onderwijzen in de 21e eeuw;
  • Er wordt gewerkt in de ‘gouden’ driehoek beroepspraktijk – opleidingspraktijk – kenniscentrum/onderzoek;
  • De onderzoeksvraag is altijd aansluitend bij vragen en thema’s uit de praktijk (beroeps- of opleidingspraktijk);
  • De beoogde opbrengst van het onderzoek moet bijdragen aan innovatie van de onderwijspraktijk;

Hieronder een voorbeeld van een recent afgerond onderzoekstraject:

Lectoraten

Het lectoraat Leiderschap in het Onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van schoolleiders in het PO, VO, MBO en HBO. De komende jaren ligt daarbij de focus op waardegericht leiderschap. Het lectoraat Leiderschap in het Onderwijs is onderdeel van Penta Nova, een samenwerkingsverband van zes hogescholen die samen vorm geven aan schoolleidersopleidingen. Het lectoraat richt zich op verdere versterking van de schoolleidersopleidingen van Penta Nova: de Master Educational Leadership (MEL), de opleidingen basisbekwaam, vakbekwaam en middenmanagement en het nascholingsaanbod voor schoolleiders; verdere versterking en ondersteuning van schoolleiderschap in de praktijk.

Het lectoraat Toekomstgericht Onderwijs draagt vanuit een waardengericht perspectief bij aan de ontwikkeling en vernieuwing van het primair onderwijs. Het zet haar expertise in voor het versnellen van een oriëntatie in het onderwijs op een duurzame en veerkrachtige wereld.  
De komende jaren staan in het lectoraat twee thema’s centraal:   
•    Een beredeneerde en betekenisvolle inzet van leertechnologie in het onderwijs; 
•    Onderwijs in sociaal ondernemerschap.  

Het lectoraat Leren en Innoveren draagt bij aan de ontwikkeling van schoolorganisaties in PO, VO, MBO en HBO. De komende jaren ligt daarbij de focus op hoe je zo aan innovaties kunt werken dat zij duurzaam deel uit gaan maken van de school door op zoek te gaan naar werkzame inzichten en richtinggevende voorbeelden. Daarnaast zal het lectoraat samen met het werkveld kennis ontwikkelen en bijdragen aan vernieuwingspraktijken en ondersteunt het lectoraat praktijkinitiatieven van derden die aansluiten bij het lectoraatsthema in algemene zin: leren en innoveren in onderwijscontexten.  

Promovendi

Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de samenwerking van leraren met ouders. Vaak is dat onderzoek gericht op het verbeteren van de leerprestaties van kinderen. De samenwerking tussen leraren en ouders blijkt leerprestaties te kunnen bevorderen. Het promotieonderzoek ‘Samenwerken met ouders aan opvoeding’ gaat uit van het idee dat leraren niet alleen bijdragen aan het cognitief leren, maar ook aan de opvoeding van kinderen. 

Lees hier meer over het onderzoek.

Onderzoeksprojecten

Wat is WOU?

WOU is de afkorting voor Werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht. WOU heeft als doel het versterken van een onderzoekscultuur op basischolen in de stad, door nauw samen te werken met kennisinstellingen. Het werkprincipe van WOU is dat een leerkracht, werkzaam op een basisschool, in een ‘WOU-team’ werkt aan een onderwijsvraagstuk, dat speelt op de eigen basisschool. In het WOU-team zitten enkele collega’s van school, soms studenten, en een onderzoeker van een partner-kennisinstelling. Uitgangspunt van WOU is dat de vraag van de school leidend is voor de focus van het onderzoek. Sinds januari 2020 is er ook de WOU-GO: de Werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht – Gelijke Onderwijskansen. Dat project hoort bij WOU en is een op gelijke onderwijskansen gefocuste uitbreiding.

Voor wie precies?

Scholen die aangesloten zijn bij de schoolbesturen KSU, PCOU of SPO Utrecht kunnen meedoen aan WOU. De deelnemende kennisinstellingen zijn: Universiteit Utrecht, Universiteit voor Humanistiek, Marnix Academie en Hogeschool Utrecht.

Wat is het doel van WOU?

Het doel van WOU is het versterken van een onderzoekscultuur in scholen. Ook wel het ‘evidence-informed’ werken genoemd. Door een nauwe en gelijkwaardige samenwerking tussen scholen en kennisinstellingen is het de bedoeling onderwijs en onderzoek beter met elkaar te verbinden: het versterken van de zogenoemde kennisinfrastructuur. Zo kan kennis uit onderzoek vlotter zijn weg vinden naar de praktijk, en zijn kennisinstellingen beter op de hoogte van de vraagstukken die urgent zijn en leven in de onderwijspraktijk, en hoe kennis in die soms complexe praktijk haar weg kan vinden.

Meer informatie over WOU is te vinden op: https://werkplaatsonderwijsonderzoekutrecht.nl/

 

WOU

Onderzoek met basisscholen

Wat is een leerwerkgemeenschap?

In een leerwerkgemeenschap werken leerkrachten van een partnerschool, student(en) en een docent van de Marnix Academie samen aan een onderzoeksvraag binnen het ontwikkelthema  van de partnerschool.  Het begrip leerwerkgemeenschap komt voort uit de organisatiekunde en met name uit de discipline van de veranderkunde. Het is een gereedschap dat een organisatie kan gebruiken om te komen tot vernieuwing. Binnen het partnerschap wordt de definitie van communities of practice van Etienne Wenger gehanteerd. Hij beschrijft dat leerwerkgemeenschappen bestaan uit een groep mensen/professionals die met betrekking tot hun werk een gezamenlijke passie of zorg hebben. Zij zijn samen op zoek naar verbetering, vernieuwing, oplossen van vraagstukken en dergelijke.  Zij doen dit onder andere door elkaar te ontmoeten, te leren en te experimenteren.

Uitgangspunten en kenmerken

  • Een leerwerkgemeenschap is dynamisch wat betreft de deelnemers. Deelnemers kunnen na een bepaalde periode vertrekken en nieuwe mensen kunnen gaan deelnemen. Nieuwe deelnemers beginnen aan ‘de rand’ van de leerwerkgemeenschap en groeien daar langzaam in;
  • Het leren wordt gezien als een sociaal proces, denk ook aan sociaal constructivisme;
  • Het is belangrijk dat de mensen diverse achtergronden hebben. Zo wordt met elkaar nieuwe kennis ontwikkeld;
  • De deelnemers hebben een gezamenlijk doel;
  • De groep wordt ondersteund door leidinggevenden;
  • Producten worden ook buiten de leerwerkgemeenschap gedeeld;
  • Het is van belang dat de deelnemers elkaar goed kunnen bereiken;

Het is van belang dat er gezamenlijke activiteiten ontwikkeld worden. Met elkaar doen is een belangrijk aspect.

Fasen

Er worden verschillende fasen doorlopen in een leerwerkgemeenschap:

  1. Gezamenlijke ambitie bepalen en daar ook echt de tijd voor nemen. Gezamenlijke ambitie is van de gehele organisatie of van een team;
  2. Informatie verzamelen (op onderzoeksmatige manier), bijvoorbeeld: studeren, onderzoeken, experimenteren, naar andere organisaties, conferentie of studiedagen, etcetera;
  3. Met elkaar betekenis geven aan de informatie, in de leerwerkgemeenschap maar ook naar de betrokken organisatie;
  4. Consequenties hieraan verbinden. Wat betekent dit voor de betrokken organisaties/mensen?
  5. Welke acties gaan we uitvoeren?
  6. Evaluatie, zowel product als ook het proces. Hoe hebben we met elkaar gewerkt?

Welke leerwerkgemeenschappen zijn er? 

Er zijn momenteel meer dan 70 leerwerkgemeenschappen waar met elkaar onderzoek uitgevoerd wordt rondom onderwijskundige, pedagogische, maatschappelijke en/of levensbeschouwelijke vraagstukken van de partnerschool.  Voorbeelden hiervan zijn: passend onderwijs, wetenschap en techniek, leren in de 21e eeuw, Early English, burgerschap en identiteit, verantwoordelijk leren en betrokkenheid van leerlingen, Hoe wordt ons team een topondernemer met ‘topondernemers’, duurzaamheid, social media, ouderbetrokkenheid, professionele cultuur en identiteit, taakgericht gedrag van kinderen, etc..

Kan iedereen meedoen?

De keuze om wel /niet een leerwerkgemeenschap te starten ligt bij de school. Als student kun je daar in overleg aan deelnemen of word je gevraagd deel te nemen. Als docent kun je aan de hand van een jaarlijks overzicht aangeven  aan welke leerwerkgemeenschap je deel zou willen nemen.

Meer weten of heb je een vraag? Neem dan contact op met Annette Schaafsma