Doel
Het doel van dit onderzoek is om te onderzoeken hoe digitale tools kunnen bijdragen aan meer beweging, samenwerking en zelfstandigheid bij leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Binnen deze onderwijscontext hebben leerlingen vaak extra ondersteuningsbehoeften op cognitief, sociaal en motorisch gebied. Hierdoor is het voor hen niet altijd vanzelfsprekend om zelfstandig activiteiten uit te voeren of actief deel te nemen aan bewegend leren.
Daarnaast blijkt dat veel bestaande digitale leermiddelen niet goed aansluiten bij het niveau en de belevingswereld van deze doelgroep. Veel leerlingen binnen het VSO hebben moeite met lezen of begrijpen van lange instructies, waardoor zij digitale middelen niet altijd zelfstandig kunnen gebruiken. Dit maakt het voor leerkrachten lastig om geschikte tools te vinden die toegankelijk en bruikbaar zijn voor hun leerlingen.
Door onderzoek te doen naar bewegend leren en het gebruik van digitale tools zoals Picoo, willen we beter begrijpen hoe deze middelen kunnen bijdragen aan een meer inclusieve en actieve leeromgeving. Het onderzoek richt zich specifiek op de onderwijspraktijk binnen STIP VSO. Door observaties, gesprekken met leerkrachten en het testen van hulpmiddelen wordt onderzocht wat leerlingen nodig hebben om zelfstandig mee te kunnen doen aan spel- en beweegactiviteiten. Uiteindelijk is het doel om praktische oplossingen te ontwikkelen die leerkrachten kunnen gebruiken in hun dagelijkse onderwijspraktijk.
Onderzoeksvraag
Binnen het voortgezet speciaal onderwijs is het belangrijk dat leerlingen zich ontwikkelen op verschillende gebieden, zoals beweging, sociale interactie en zelfstandigheid. Veel leerlingen binnen het VSO hebben echter moeite met het begrijpen van geschreven instructies of complexe digitale systemen. Hierdoor kunnen zij niet altijd zelfstandig deelnemen aan activiteiten waarbij digitale middelen worden gebruikt.
Tegelijkertijd spelen digitale tools een steeds grotere rol in het onderwijs. Wanneer deze tools goed aansluiten bij de mogelijkheden van leerlingen, kunnen zij bijdragen aan motivatie, betrokkenheid en samenwerking. Voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften is het daarom belangrijk dat digitale middelen eenvoudig, visueel en toegankelijk zijn.
In dit onderzoek wordt gekeken naar de combinatie van bewegend leren en digitale tools binnen het VSO. Bewegend leren kan bijdragen aan motivatie, concentratie en betrokkenheid bij het leren. Digitale tools kunnen daarnaast structuur bieden en activiteiten toegankelijker maken voor leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoeften.
De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt:
- Wat is er bekend over bewegend leren en zelfstandigheid binnen het VSO?
Hoe kunnen digitale tools zoals Picoo bijdragen aan inclusief spelen, zelfstandigheid en meer bewegen?
Methode
Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met STIP VSO, een school voor voortgezet speciaal onderwijs in Utrecht. Binnen het onderzoek is gekozen voor een praktijkgerichte aanpak, waarbij verschillende onderzoeksmethoden zijn gebruikt om een goed beeld te krijgen van de behoeften van leerlingen en leerkrachten.
Allereerst zijn meerdere schoolbezoeken uitgevoerd. Tijdens deze bezoeken hebben de onderzoekers de school leren kennen, de leerlingen ontmoet en observaties gedaan tijdens activiteiten met de Picoo. Hierdoor ontstond een beter beeld van het niveau van de leerlingen en van de manier waarop zij omgaan met bewegend leren en digitale middelen.
Daarnaast is een observatieformulier gebruikt om het gedrag van leerlingen tijdens het spelen te analyseren. Hierbij werd gekeken naar verschillende aspecten, zoals betrokkenheid, samenwerking, het volgen van spelregels en de mate van zelfstandigheid.
Ook is een enquête afgenomen onder leerkrachten. In deze enquête werden vragen gesteld over hun ervaringen met bewegend leren, het gebruik van digitale tools en de mate van zelfstandigheid van leerlingen. De antwoorden gaven inzicht in de behoeften en wensen van leerkrachten.
Op basis van de resultaten is uiteindelijk gekozen voor het ontwikkelen van een instructievideo waarin een Picoo-spel stap voor stap wordt uitgelegd. Deze proefvideo is getest in de praktijk om te onderzoeken of dit leerlingen helpt om de spellen zelfstandiger te spelen.
De resultaten
Met dit onderzoek is er meer meer inzicht ontstaan in hoe bewegend leren en digitale tools bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen binnen het voortgezet speciaal onderwijs. We hebben met dit onderzoek een theoretisch kader geschreven waarin onze opbrengsten duidelijk worden beschreven. De resultaten van ons onderzoek laten zien op welke manier digitale middelen effectief ingezet kunnen worden om beweging, samenwerking en zelfstandigheid te stimuleren. In ons onderzoek zijn wij in gegaan op het digitale middel de Picoo. We hebben theoretisch en praktisch onderzoek gedaan naar de doelgroep, de middelen en de omgeving. Daaruit bleek dat de leerkrachten zelf het ook lastig vinden om deze digitale middelen in te zetten. Hierdoor wordt het natuurlijk ook lastig voor leerlingen om het te gebruiken. Daarom hebben wij instructievideo’s ontworpen die de uitleg geven aan de leerlingen. Op die manier hoeven de leerkrachten niet zo vaardig te zijn en kunnen de leerlingen de Picoo’s wel gebruiken.
Voor STIP VSO droeg het onderzoek bij aan een beter gebruik van de Picoo binnen de school. Wanneer leerlingen beter begrijpen hoe de spellen werken, kunnen zij deze vaker zelfstandig spelen en wordt het voor leerkrachten makkelijker om bewegend leren in te zetten. Nu kunnen de leerkrachten deze digitale tool op een eenvoudige manier inzetten in hun onderwijs.
Wat heeft het onderzoek opgeleverd?
Het onderzoek heeft praktische handvatten opgeleverd voor leerkrachten. Door te onderzoeken welke vormen van ondersteuning goed werken, zijn hulpmiddelen ontwikkeld die eenvoudig toepasbaar zijn in de dagelijkse onderwijspraktijk. Denk hierbij aan instructievideo’s (over gebruik Picoo en het spel PuaLua) en visuele stappenplannen.
Zo zijn er stappenplannen ontwikkeld waarbij er geen tekst is, maar het spel wordt uitgelegd aan de hand van pictogrammen. Deze kaarten werken vooral als geheugensteun en hebben dus nog wel begeleiding en uitleg nodig van een docent. De instructievideo’s zijn zijn bruikbaar als uitleg voor de spellen. Er is een video voor het algemeen gebruik van de Picoo en er zijn twee spellen uitgelegd. In een vervolg zouden er nog meer video’s gemaakt kunnen worden. Deze video’s kunnen de leerkrachten aanzetten waardoor zij zelf de uitleg niet hoeven te geven. De leerkachten gaven aan dat dit erg goed werkte voor hen.
Het onderzoek kan een basis vormen voor vervolgonderzoek. In de toekomst kan bijvoorbeeld gekeken worden naar andere digitale tools die geschikt zijn voor het speciaal onderwijs of naar manieren om leerlingen nog zelfstandiger met deze middelen te laten werken. Hierdoor kan het onderwijs beter aansluiten bij de behoeften van deze doelgroep.
Spelen is voor deze leerlingen geen pauze van het leren, maar juist de manier waarop leren mogelijk wordt.