Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
OnderzoekTrainingsvideo’s – Samenwerken met ouders

Samenwerking met ouders

Trainingsvideo's

Samenwerken met ouders is belangrijk én soms best ingewikkeld. Want in het contact met ouders spelen emoties, verwachtingen, ervaringen en verschillende perspectieven allemaal een rol.

In deze trainingsvideo’s nemen we je mee in de wereld van samenwerken met ouders. Je ontdekt wat er allemaal meespeelt in het contact met ouders en krijgt praktische inzichten die je helpen om met meer vertrouwen en nieuwsgierigheid naar oudercontact te kijken.

De video’s zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en ervaringen uit de onderwijspraktijk. Ze helpen je om beter te begrijpen wat er gebeurt in het contact met ouders, waarom dat soms lastig is en welke mogelijkheden je zelf hebt om de samenwerking te versterken.

Dus, kijk mee en probeer vooral uit wat voor jou werkt. Want de kans is groot dat je al veel in huis hebt om samen met ouders een goede samenwerking op te bouwen.

Auteurs: Mirjam Stroetinga en Basten Berg
Gepubliceerd op: 6 april 2026

1. De spelers en de context

Samenwerken met ouders

1. Welkom

Welkom, leuk dat je dit artikel leest over samenwerken met ouders. Jij hebt vast een baan of een stageplaats in het onderwijs, of je hebt op een andere manier professioneel te maken met kinderen en gezinnen, en je hebt vragen over het contact met ouders in je werk. Nou, dat is niet zo vreemd, want als we het hebben over oudercontact in het onderwijs, dan hebben we het over een complex samenspel van emotioneel betrokken spelers in een uitdagende context. Dat is een heleboel complexiteit bij elkaar, maar het mooie is, dat als je deze complexiteit begrijpt, je er beter mee om kunt gaan. En daar ga ik jou bij helpen. En ik durf je te beloven, dat jij eigenlijk al heel veel in huis hebt om het goed te hebben met ouders, én dat het superleuk is om dat te ontdekken en ermee te gaan experimenteren.

Mijn naam is Mirjam Stroetinga. Ik ben lerarenopleider en onderzoeker aan de Marnix Academie in Utrecht. De afgelopen jaren heb ik promotieonderzoek gedaan naar samenwerken met ouders en ik ben er achter gekomen dat er mooi en belangrijk wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is dat nooit in de lerarenopleiding en de onderwijspraktijk terecht komt. Dat is jammer, want we hebben immers zoveel vragen met elkaar! Met deze artikel- en filmreeks én de al bestaande podcast willen we daar verandering in brengen.

Ik zeg ‘we’, want ik maak deze artikelen en filmpjes samen met Basten Berg, die zichzelf tot taak heeft gesteld om van alle aspecten van het leraarsberoep korte, helpende filmpjes te maken. Het samenwerken met ouders mag daarbij natuurlijk niet ontbreken, want ouders heb je nodig om het beste onderwijs te kunnen bieden aan je leerlingen. Maar daarover later meer!

In dit artikel ga ik de verschillende spelers aan je voorstellen die een rol spelen in het samenwerken met ouders. Daarnaast geef ik je inzicht in de context waarin het samenwerken plaats vindt. Wat is er nu aan de hand in onze samenleving waardoor het samenwerken met ouders ingewikkeld aan kan voelen?

2. De spelers

2.1 Het kind

Laten we beginnen bij het eerste spelertje: het kind. Het kind is afhankelijk van zijn ouders. En vanuit dat biologische gegeven is hij loyaal aan de ouder. Kinderen zijn graag trots op hun ouders, want dan kunnen ze makkelijker blij zijn met hun eigen afkomst en met zichzelf. Als je je bewust bent van die krachtige verbondenheid tussen kind en ouder, dan snap je meteen hoe belangrijk het is voor het kind dat anderen met waardering naar zijn ouders kijken. Dat doet het kind namelijk goed.

2.2 De ouder

Ten tweede is er de ouder. Voor ouders is het kind iets heel dierbaars in hun leven. Ze willen het beste voor hun kind. Je mag ervan uitgaan dat dit geldt voor alle ouders. Een ervaren jeugdhulpverlener zei hierover: “Er is geen ouder die een kind op de wereld zet en denkt: dat leven ga ik eens flink verpesten.”

Alice van der Pas wijst er in haar Ouderschapstheorie op dat de goede intenties van ouders hen ook kwetsbaar maken. Want in de praktijk kún je natuurlijk niet altijd alles goed doen. Een gevoel van falen of niet goed genoeg zijn, ligt dus op de loer.

2.3 De professional

En dan is er ten derde jij: de professional. Veel mensen die in het onderwijs werken, kiezen daar met hart en ziel voor. Misschien geldt dat ook voor jou. Ze willen er zijn voor kinderen, niet alleen om ze taal en rekenen bij te brengen, maar ook om ze wegwijs te maken in het leven. Leraren zitten er vaak vol passie in. Eigenlijk willen ze, net als ouders, gewoon het beste voor de kinderen waar ze mee werken. Dat gaat ze aan het hart.

Het is dan ook niet zo vreemd, dat leraren aangeven dat ze het samenwerken met ouders vooral ingewikkeld vinden als ze het idee hebben dat ouders andere opvoedwaarden lijken te hebben dan zij. Een paar voorbeelden: Een kleuter die van thuis niet vies mag worden en niet in de zandbak durft. Een leerling met overgewicht die elke keer die roze koek in de broodbak heeft. Een leerling die grove scheldwoorden gebruikt in de klas… Hoe ga je daar nou het gesprek over aan met ouders? Je kunt je dan afvragen: Kom ik niet teveel achter de voordeur? Is het aan mij om me hiermee te bemoeien? Wordt een ouder niet boos als ik hierover begin?

Herken je dit? Wat is jouw belangrijkste vraag over samenwerken met ouders? Schrijf die gerust even voor jezelf op.

Misschien herken je dit, maar misschien denk je stiekem ook wel: kunnen we het niet simpel houden: leren is voor school en opvoeden is voor thuis? Nou nee. Zo simpel ligt het niet. In je interactie met kinderen draag je nu eenmaal bij aan opvoeding, of je nu wilt of niet. Als je leerlingen een complimentje geeft, terecht wijst, aanmoedigt, dan werk je aan hun brede vorming en zit je dus op het terrein van de opvoeding.

2.4 De relatie tussen ouder en professional

Ten vierde is er de dynamiek van de relatie tussen de ouder en de professional. Hoe de ouder en de leraar het hebben samen, heeft invloed op het kind. Je kunt je dat wel voorstellen.

Als jij ’s ochtends met de kleuters de les bent begonnen en na 10 minuten zwaait de deur open en een moeder duwt nog snel even haar kind de klas binnen, voor de derde keer deze week te laat, dan kan het echt wel zijn dat jij even met je ogen rolt van ‘daar gaan we weer’. Het kind merkt dat onmiddellijk: gedoe tussen mama en de juf! Lukt het jou om het kind warm te verwelkomen en te denken “ik bel de moeder vanmiddag wel even”, dan kan het kind zonder probleem de overgang van thuis naar school maken.

Het interessante is nu, dat de relatie van de professional met de ouder door allerlei kenmerken van deze beide spelers beïnvloed wordt. Als je daar meer kennis van hebt, kun je er makkelijker en slimmer vorm aan geven. Dus daar gaan we het over hebben in de volgende artikelen.

3. De samenleving

Maar eerst nog even dit. Het plaatje dat we tot nu toe geschetst hebben (van de spelers) is nog niet compleet. Het kind, de ouder en de professional zitten niet samen in een rustige, afgesloten bubbel. Ze staan midden in de samenleving. En daar is best wat aan de hand.

In onze huidige samenleving zijn mensen steeds meer op zichzelf komen te staan (toenemende individualisering). Ze wisselen vaker van baan, van partner, van woonplaats. Ze hebben niet meer een leven lang dezelfde hobby’s en wonen vaak verder bij hun familie vandaan dan vroeger. Voor het opvoeden, het groot brengen van kinderen, betekent dit dat de sociale netwerken rondom het opgroeiende kind minder stabiel zijn (verminderde sociale cohesie/samenhang). En dat er meer solistisch opgevoed wordt dan vroeger. Mensen doen het simpelweg meer in hun eentje.

Ik ben opgegroeid in een klein dorpje in Friesland en als wij als buurkinderen vroeger buiten speelden, was er altijd wel een buurvrouw die ons even terecht wees als we kattenkwaad uithaalden of ons opving als we ons pijn deden. En als we ziek waren, zorgden onze moeders om beurten voor ons. Dit soort hechte banden tussen opvoeders zijn meer en meer weggevallen in onze samenleving. We staan meer op onszelf en voeden minder sámen op. Interessant is, dat de school daardoor in het leven van kinderen vaker een stabiele factor van betekenis is.

Vergeet niet dat het solistische opvoeden plaats vindt in een tijdperk vol sociale media, waar vooral veel “perfect” ouderschap (idealen, overtuigingen, opvattingen) te zien is. Door de enorme toename van kennis uit de ontwikkelingspsychologie zijn er veel ideeën en overtuigingen over wat goede kindontwikkeling is en goed ouderschap. Ik ben zelf moeder van twee dochters en toen ze klein waren zei een vriendin van mij, die toen ook kleine kinderen had: “Quality time is echt heel belangrijk voor kinderen, wist je dat? Daarom doe ik elke dag na schooltijd een creatieve knutsel met mijn kinderen.” Ik weet nog dat bij mij de paniek uitbrak. Ik wist niet hoe ik daar tijd voor moest vinden. Maakte mij dat een slechte moeder?

4. Hoe nu verder?


Het plaatje dat nu is ontstaan lijkt wel een grote chaotische kookpot. In deze reeks gaan we het samenwerken met ouders stap voor stap ontwarren.

Zo leer je meteen in het volgende artikel meer over wie de ouder is en wat dit betekent voor het samenwerken. In het derde artikel staat centraal wie jij zelf bent als professional en hoe dat van invloed is op de samenwerking. Vervolgens leer je in het vierde artikel wat we eigenlijk bedoelen met ‘samenwerken’ en waarom oudercontact met die kwaliteit van belang is. In artikel vijf komen de competenties aan bod, die jou gaan helpen om het goed te hebben met de ouders van alle kinderen waar jij mee werkt.

Wil je meer weten over mijn onderzoek en samenwerken met ouders? Kijk dan op de pagina ‘Samen met ouders’ van de Marnix Academie. Vind je het leuk om je verder te verdiepen in het werken vanuit medemenselijkheid?

 

2. Wie is de ouder?

Samenwerken met ouders

1. Inleiding

In het vorige artikel hebben we de spelers en de context van samenwerken met ouders aan je voorgesteld. In dit artikel zoomen we in op één van die spelers: de ouder. We ontrafelen vijf kenmerken van ouders die invloed hebben op de samenwerking met jou als professional.

2. De vijf kenmerken van ouders

2.1 Kenmerk 1 – Ouders zijn zelf kind geweest

Ten eerste: ouders zijn zelf kind geweest. Ze hebben dus eigen ervaringen met leren, school en leraren. Nu kunnen dat hele ontspannen beelden zijn, maar dat kan ook anders liggen.

Misschien is de ouder vroeger zelf gepest. Als er dan iets speelt van plagen of sociale spanning rondom het eigen kind, dan kan dat bij de ouder hard binnenkomen. Misschien had de ouder zelf moeite met leren en is hij nu onzeker of het zijn kind gaat lukken. Of misschien komt de ouder uit een ander land, waar het onderwijssysteem autoritair is, waardoor de ouder het onwennig vindt om een open gesprek te voeren met een leraar.

Zulke dingen kunnen dus op de achtergrond allemaal meespelen op het moment dat je een gesprek hebt met een ouder.

2.2 Kenmerk 2: Ouderschap is ingrijpend

Ten tweede: ouderschap is ingrijpend. Ouders zijn verantwoordelijk voor het kind. Voor mensen die net ouders geworden zijn, staat de wereld op de kop. Er wordt een piepklein mensje geboren en dat is helemaal van jou afhankelijk. En dat bedoel ik letterlijk, want als jij als ouder een dag vergeet om je kindje drinken te geven of als jij het laat vallen als je van de trap loopt, dan is het echt goed mis.

Ouder zijn betekent een levensgrote verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid verandert door het leven heen wel. Eerst gaat het echt om het in leven houden, later kan het kind natuurlijk steeds meer zelf. Maar voor de basisschoolleeftijd geldt dat de verantwoordelijkheid van de ouder groot is. En dat is een verantwoordelijkheid die alle ouders voelen. En ook formeel dragen.

In haar Ouderschapstheorie zegt Alice van der Pas: “Het is goed je te bedenken, dat je als professional maar éven aanschuift in het leven van het kind, terwijl ouders voor altijd de ouders zijn. Zij kennen het kind daarom het langst en het ‘breedst.’”

2.3 Kenmerk 3: Diepe verbondenheid van ouders met hun kind

Dan komen we bij het derde kenmerk: de diepe verbondenheid van ouders met hun kind. Het kind is een dierbaar kind. Een moeder zei het treffend: “Toen mijn zoon geboren werd, werd mijn grootste liefde geboren, maar ook mijn grootste angst.” Want ja, blijft het kind wel gezond, krijgt hij vriendjes, zal hij zijn weg vinden in het leven? Dat kind is omgeven door emotie.

Ik weet dat zelf ook nog wel. Toen ik mijn kindje voor het eerst naar het kinderdagverblijf moest brengen en dat hele lieve pakketje uit handen moest geven aan eigenlijk een wildvreemde pedagogisch medewerker, vond ik dat echt niet makkelijk. Dus… ik had thuis een A4 vol geschreven over mijn kind: hoe laat ze altijd sliep en hoe lang, hoeveel ze dronk, dat ze een boertje moest laten na het drinken. Nou, de medewerker las dat en moest erg lachen: dit is wel een héél bijzonder meisje, zeg, dat ze een boertje moet laten. Grappig natuurlijk, maar voor mij voelde het goed dat ik dat briefje geschreven had, want zo had ik haar goed overgedragen.

Hierover gaat ook het vierde kenmerk van de ouder, maar eerst nog even dit: omdat ouders zo hecht verbonden zijn aan hun kind, kunnen ze diepe emoties ervaren en uiten als het om hun kind gaat. Voor jou als professional kan dat soms overweldigend zijn en dan is het een kunst om dit te verdragen. In het artikel over wie jij bent als professional gaan we hier dieper op in en geven we handvatten voor hoe je hiermee om kunt gaan.

2.4 Kenmerk 4: Ouders delen graag informatie over hun kind

Het vierde kenmerk van ouders: ouders delen graag informatie over het kind. Ze werken graag met je samen.

Ik hoor leraren wel eens zuchten. Aan het begin van het nieuwe schooljaar sta je op het plein je leerlingen te verwelkomen en dan komen de ouders: ja, hij is een beetje moe, hij kon niet zo goed slapen vannacht. Of: in de vakantie hebben we dit en dit meegemaakt, misschien vertelt hij er wel over in de kring, dan weet je dat. Of: ze vindt het wel een beetje spannend hoor, een nieuwe klas, misschien kun je even extra op haar letten… En dat dan keer dertig… dan denk je misschien “nou nou, poeh poeh”.

Maar je kunt het ook anders zien: een ouder die dit deelt is een betrokken ouder. Dat is een ouder die de overdracht graag goed wil doen. Dan voel je je een goede ouder, als je je kind zorgvuldig hebt overgedragen. Hoe mooi is het dan dat jij als professional daar waardering voor kunt opbrengen. Zeg gerust: “Dank je wel, ik zal er rekening mee proberen te houden.” En ouders snappen heus wel dat jij het niet allemaal meteen kunt onthouden van 30 leerlingen.

Grappig is dat we ook uit onderzoek weten dat ouders graag delen over hun kind. Onderzoekers vroegen moeders een brief te schrijven aan de toekomstige leerkracht van hun kindje dat binnenkort vier zou worden. Die moeders gingen helemaal los. Ze schreven A4’tje na A4’tje vol. Over hoe leuk en lief en bijzonder hun kind was, wat het al kon, waar het plezier in had. Maar ook over wat er minder goed ging, waar ze zich zorgen over maakten en zelfs over de omstandigheden thuis. Als er financiële problemen waren bijvoorbeeld, of andere spanningen.

Ouders vinden het fijn als je hun kennis over het kind benut!

2.5 Kenmerk 5: Ouders zwijgen lang als er iets aan de hand is

En dan, het vijfde kenmerk van ouders. Ouders hebben de neiging om lang te zwijgen als er iets aan de hand is op school.

Het kind komt huilend thuis en de ouder denkt: oeh, nu moet ik eigenlijk even naar school bellen, maar kijk het nog maar even aan… Dan komt het kind nog een keer huilend uit school en nog eens en nog eens. En dán komt er een moment dat de ouder voelt: nu móet ik naar school. En die láádt zich op en die kómt dan bij jou. Nou, dan is het handig om te weten dat dit waarschijnlijk een hele aanloop heeft gehad.

Onderzoekers ontdekten dat ouders om twee redenen geneigd zijn om zo lang te zwijgen:

Ten eerste omdat ze loyaal zijn aan de school: ze hebben nu eenmaal voor deze school gekozen en ze willen graag laten zien dat ze er vertrouwen in hebben.
Ten tweede omdat ze bang zijn wat hun kritiek zal doen met het beeld dat de leraar heeft van hun kind.
En daarin zie je meteen dat ouders kwetsbaar zijn in hun kind. Dat is ook iets om te onthouden!

3. Hoe nu verder?


Tot zover de kenmerken van de ouder. Niet alleen ouders, maar ook professionals hebben specifieke kenmerken die invloed hebben op de samenwerking. In het volgende artikel gaan we er vijf ontrafelen.

Wil je graag de literatuur lezen die bij dit artikel hoort? Kijk dan naar de ouderschapstheorie van Alice van der Pas en het artikel “Look! Listen! Learn!” van McKenna en Millen. Wil je meer weten over mijn onderzoek en samenwerken met ouders? Kijk dan op de pagina ‘Samen met ouders’ van de Marnix Academie.

 

3. Wie is de professional?

Samenwerken met ouders

1. Inleiding

Hoi. Leuk dat je dit artikel leest over samenwerken met ouders in het basisonderwijs. In het vorige artikel stonden we stil bij de vraag wie de ouder nou eigenlijk is. En in dit artikel gaat het over jou: wie is de professional in het samenwerken met ouders?

Er zijn vijf kenmerken van de professional, die het samenwerken met ouders complex kunnen maken. En het is helpend als je die in beeld hebt bij jezelf.

2. De vijf kenmerken van de professional

2.1 Kenmerk 1: Jij bent de professional

Allereerst: jij bent de professional! Of je nu net start in je werk met kinderen of al jaren ervaring hebt. Of je nu zelf kinderen hebt of niet. En of je nu 20 bent of 50. Jij bent in het contact met de ouder de professional. En de ouder niet.

Want ouders sturen we niet eerst op cursus over hoe ze goed om kunnen gaan met de leraar van hun kind. En leraren professionaliseren we wél op dit terrein.

Dat jij de professional bent in dit contact, dat betekent nogal wat. Dat betekent namelijk dat jij degene bent die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het contact met de ouders van álle kinderen waar jij mee werkt.

Jij bent verantwoordelijk. Dat betekent dat jij niet kunt zeggen: “Ja, maar die ouder, die komt toch nooit opdagen.” Of: “Ja, maar die ouder die is zo emotioneel…” Jij bent aan zet in het contact met al deze ouders.

Sta hier even bij stil. Wat doet het met je, welke gedachten komen bij je op?

2.2 Kenmerk 2: Jij bent ook gewoon een mens

Dan kom ik bij het tweede kenmerk van jou als professional, dat invloed heeft op het werken met ouders. Naast het feit dat jij de professional bent, ben jij ook gewoon een ‘mens’. Met je eigen opvattingen, voorkeuren, je waarden, je persoonlijke geschiedenis.

Het vak van leraar is relationeel, zeggen we wel eens. Jouw relaties met je leerlingen, hun ouders en je collega’s staan centraal in je werk. En in die relaties neem je jezelf mee. Je waarden, hoe jij naar dingen kijkt, kun je niet thuis laten. Maar het is wel handig als je je er bewust van bent.

Ik geef even een voorbeeld. Iemand zei een keer tegen mij: “Als je bij ons in Noord-Nederland een workshop komt geven, moet je je wel realiseren dat we hier te maken hebben met ouders die vaak werkloos zijn en de hele dag op de bank hangen.” Ik vond dat een bijzondere manier van over deze ouders praten en ik vroeg of ze misschien wist waar haar manier van kijken naar werkloze ouders vandaan kwam. Ze schrok een beetje, maar wist het precies. Ze was opgegroeid in een gezin met een enorme arbeidsethos. Een dag niet gewerkt was een dag niet geleefd, bij hun thuis. En zo keek ze dus nu ook naar werkloze ouders. Een mooie bewustwording!

Waarden en bijbehorende kijkkaders, hebben we allemaal. Als je je er bewust van bent, kun je beter begrijpen waarom je met de ene ouder moeite hebt en met de ander direct goed door één deur kunt.

Je kunt je nu even afvragen: welke ouder vind ik ingewikkeld en hoe hangt dat samen met mijn waarden en persoonlijke geschiedenis?

2.3 Kenmerk 3: Vaste opvattingen over goed opvoeden

Dan kom ik meteen bij het derde kenmerk, want professionals in het onderwijs hebben vaak vaste opvattingen over wat goed opvoeden is. Dat is niet zo vreemd, want dat zit in de opleidingen, maar ook in onze samenleving.

Door de sterke toename van kennis uit de ontwikkelingspsychologie, hebben we beelden over welke ontwikkelstappen kinderen idealerwijs doormaken en wat voor ideale ouder daarbij hoort. De ouder moet zich op een bepaalde manier gedragen, zodat het kind zich op de beste manier kan ontwikkelen.

Stefan Ramaekers is pedagoog aan de KU Leuven. Hij wijst erop dat we uit moeten kijken dat we ouders niet alleen nog maar zien als een instrument in de ontwikkeling van het kind. Hij zegt: “We moeten opvoeden niet versmallen tot ‘ouderlijk gedrag’, maar met ouders in gesprek gaan over wat zij belangrijk vinden in het leven, wat ze hun kind mee willen geven en waarom.”

McKenna en Millen, twee onderzoekers uit de VS, gooiden om dezelfde reden de term ‘ouderbetrokkenheid’ over boord. Ze maakten een model voor leerkrachten dat ze noemden ‘Parental Presence en Parental Voice’.

Parental Presence betekent dat leerkrachten ouders vragen naar de vele manieren waarop zij betrokken zijn bij hun kind, waarop ze ‘present zijn’ in het leven van hun kind, en dat de professional daar ook waardering voor laten zien. “Wat vind je leuk om met je kind te doen? Wanneer hebben jullie plezier samen? Vertel eens…”

En Parental Voice houdt in dat de leerkracht ouders vraagt wat zij hopen voor hun kind, waar ze zich zorgen over maken, welke dromen ze voor hun kind hebben. En dat de leerkracht hier erkenning voor geeft.

Herinner jij je misschien een moment dat je zo’n vraag stelde aan een ouder? En als je dat nog niet eerder gedaan hebt, welke vraag zou jij aan welke ouder willen stellen? Waar ben jij benieuwd naar?

2.4 Kenmerk 4: Vastomlijnde beelden van ouderbetrokkenheid

Een vierde kenmerk van professionals in het onderwijs is dat ze vastomlijnde beelden kunnen hebben van wat ouderbetrokkenheid is. Leraren vinden ouders vaak om twee redenen betrokken. Ik ben benieuwd of je dit herkent!

Ten eerste vinden we ouders betrokken als ze veel op school komen. Als ze op de ouderavond komen, altijd bereid zijn mee te fietsen als je een uitstapje gaat maken en meteen met 25 wc-rolletjes aan komen rennen als jij gaat knutselen met je kleuters. Dat vinden we fijne, betrokken ouders.

En ten tweede vinden we ouders betrokken als ze onze adviezen opvolgen. Bijvoorbeeld: je vindt dat je leerling wat meer moet lezen thuis. Je bespreekt dit met de ouder en de volgende dag komt de ouder aan met vijf boekjes, want ze is zo leuk met haar kind naar de biep geweest en het eerste boekje is al uit! Dat vinden we een betrokken ouder.

En andersom geldt het ook. Hebben we de ouder al vijf keer erop gewezen dat er thuis meer gelezen moet worden en gebeurt het maar niet, dan vinden we daar wat van. Dan denken we misschien wel: wat een onbetrokken ouder. En dat geldt ook voor ouders die we nooit op school zien, die we moeilijk kunnen bereiken. Lekker betrokken…

Kroeger en Lash, twee onderzoekers uit de VS, deden een experiment met pabostudenten. Ze vroegen hen om contact te gaan maken met ouders waarvan hun mentor zei: daar hoef je niet aan te beginnen, want dat lukt toch niet. En het interessante is: het lukte ze allemaal!

Toen het haar via de telefoon, de mail, de app en een briefje in de tas niet lukte om contact te krijgen, besloot een student mee te gaan met het jongetje in de schoolbus. Drie kwartier later stapte ze uit in de suburbs, in een wijk waar niemand een auto had en ze trof daar een moeder met nog twee kleine kinderen. De moeder was dolblij iemand van school te ontmoeten en ze wist alles van school. De naam van de juf, wie de vriendjes van haar kind waren en met welke lesstof ze bezig waren.

Welke ouder vind jij op het eerste gezicht ‘onbetrokken’? Wat zou je kunnen doen om erachter te komen op welke manieren deze ouder wél betrokken is bij het opgroeien van zijn of haar kind?

2.5 Kenmerk 5: Je bent niet opgeleid voor oudercontact

Ten slotte. Het kan goed zijn dat jij voor je vak hebt gekozen omdat je graag met kinderen wilde werken, niet omdat het je zo geweldig leek om met ouders te werken. De focus in het beroep en de opleiding ligt op het kind, niet de ouder.

Vaak ontbreekt aandacht voor het leren samenwerken met ouders in de opleiding. En als die aandacht er wel is, dan vertrekt dat vaak vanuit het lastige: omgaan met agressieve ouders, het slecht-nieuwsgesprek voeren… Daarbij wordt dan ook vaak een instrumentele insteek gekozen. Je leert gesprekstechnieken, zodat je je kunt redden in deze lastige situaties.

In het volgende artikel ga je ontdekken dat er eigenlijk heel wat anders nodig is voor het opbouwen van samenwerkingsrelaties met ouders.

Interessant is trouwens wel, dat wat jij leert in de opleiding voor het omgaan met leerlingen, heel helpend kan zijn voor het werken met ouders. Zo leer je bijvoorbeeld te reflecteren, te vertrekken vanuit gelijkwaardigheid, te kiezen voor een empathische houding…

Ik durf te zeggen dat jij heel wat in huis hebt om het goed te hebben met ouders. Jij hebt gekozen voor een vak waarin je vrijwillig de hele dag met 30 anderen in een lokaal zit. Dan móet je wel een sociaal beest zijn, dan moet je wel een rugzak propvol sociale vaardigheden hebben. En die gaan je geweldig van pas komen in het werken met ouders.

3. Hoe nu verder?

In het volgende artikel leg ik je uit hoe dat zit: wat hebben we eigenlijk nodig voor het opbouwen van samenwerkingsrelaties met ouders?

Wil je meer weten over mijn onderzoek en samenwerken met ouders? Kijk dan op de pagina ‘Samen met ouders’ van de Marnix Academie.

4. Wat is samenwerken met ouders?

Samenwerken met ouders

1. Inleiding

Leuk dat je dit artikel leest over samenwerken met ouders. In dit artikel staat de vraag centraal: wat is samenwerken met ouders eigenlijk en waarom is het zo belangrijk?

In de eerdere artikelen gingen we in op wie de ouder is en wie jij als professional bent en hoe dit de samenwerking beïnvloedt. In dit en het volgende artikel gaan we dieper in op de relatie van jou als professional met de ouder.

2. Praktische uitwisseling alleen is niet voldoende


Kinderen gaan heen en weer tussen thuis en school. Dan is er sowieso contact nodig. Over praktische zaken. School moet ouders bijvoorbeeld informeren over hoe laat de schooldag begint, wanneer het vakantie is en wat er mee moet naar de gymles. En het is andersom ook wel handig als er informatie van thuis naar school gaat. Bijvoorbeeld dat het kind een allergie heeft en sommige traktaties dus beter niet kan eten, of dat het kind naar de tandarts moet en later op school komt. Dat zijn de praktische zaken, die handig zijn om uit te wisselen.

Maar praktische uitwisseling alleen is niet voldoende. Daar zijn tenminste vijf redenen voor, maar ik neem je eerst mee naar een voorbeeld uit de praktijk.

Voor mijn promotieonderzoek interviewde ik schoolleiders over samenwerken met ouders op hun school. Een van de schoolleiders vertelde dat een kind op school gekomen was met niets dan een zak ongesmeerde witte bolletjes voor de lunch. Dan kun je natuurlijk denken: ‘Jeetje, dat zou ik zelf nooit aan mijn kind meegeven.’ Of: ‘Het gezonde-schoolbeleid kan deze ouder ook niks schelen!’

“Maar pas op!”, zei de schoolleider, “want er kan ook iets heel anders aan de hand zijn. Misschien is er sprake van financiële problemen, waardoor er niets anders in huis is. Misschien worstelt de ouder met eetproblemen van het kind en weet hij echt niet meer wat hij het kind nog mee kan geven. Of misschien is er sprake van psychische problemen, waardoor de ouder het niet georganiseerd krijgt om het kind iets anders mee te geven…”

Er kan dus een hele wereld achter die zak bolletjes schuilgaan. Om daar zicht op te krijgen, is er een specifiek soort contact nodig van de professional met de ouder. Contact met een bepaalde kwaliteit. Dat specifieke contact noemen we ‘samenwerken’.

3. Wat is samenwerken?

Met samenwerken bedoelen we dat je als professional contact met de ouder hebt van mens tot mens. Warm, empathisch contact, waarin ruimte ontstaat om de opvattingen en waarden van de ouder te verkennen. Waarin je je een beeld kan vormen van de hoop en zorg van de ouder voor het kind en van de opvoedomstandigheden.

4. Vijf redenen waarom samenwerken belangrijk is

Waarom is dat samenwerken met de ouder nu zo belangrijk? Ik ga vijf redenen daarvoor met je langslopen.

4.1 Reden 1: Je leert de echte werkelijkheid van het kind kennen

Ten eerste, en die bleek ook net uit die casus met die witte ongesmeerde bolletjes: samenwerken met ouders helpt je om de echte werkelijkheid van het kind te leren kennen, waardoor je het kind beter kunt begrijpen en beter aan kunt sluiten bij de behoeften van het kind.

Een mooi voorbeeld hiervan vond ik in mijn brievenstudie. Een leerkracht schrijft dat ze worstelt met een leerling die zich niet zelf kan aankleden bij de gymles. Hij hannest tijden met z’n T-shirt, is weer eens een sok kwijt, hij trekt zelfs een keer de broek van een ander kind aan, met alle chaos van dien. De leerkracht heeft de moeder al vaker hierover gesproken en dat verliep steeds ruzieachtig.

En deze keer denkt ze: ik ga het anders aanpakken. En ze zegt tegen de moeder: “Ik weet het niet meer, kun je me helpen?” En dan zegt de moeder: “Ik weet het zelf ook niet. Ik zet elke keer de wekker vroeger, om nog op tijd op school te komen.” Nu ze dit van elkaar weten, kunnen ze overleggen hoe ze samen het jongetje kunnen begeleiden.

4.2 Reden 2: Samenwerken verbindt de wereld van thuis aan de wereld van school

Ten tweede is samenwerken van belang, omdat samenwerken de wereld van thuis aan de wereld van school verbindt.

Een Deense onderzoeker vroeg aan Turkse leerlingen in het Deense onderwijssysteem hoe zij het heen en weer tussen thuis en school al die jaren hadden ervaren. Het bleek dat wanneer er geen contact was tussen thuis en school, het kind een moeilijke tijd op school had gehad. Dan moest het kind dus zelf dingen zeggen zoals “ik mag niet meedoen met de zwemles, want dat mag niet van mijn geloof”. Kinderen voelden zich dan zo in een uitzonderingspositie zitten, dat ze zich gingen terugtrekken van hun klasgenoten en terugkeken op een nare basisschooltijd.

Er waren ook kinderen in dat onderzoek, die de overgang van huis naar school en van school naar huis heel goed konden maken, ondanks die grote verschillen. En waar zat hem dat nou in? Dat er kennis over en weer was van de verschillen en dat er met waardering over elkaar gesproken werd.

En het interessante is, wat blijkt uit dat onderzoek, dat het helemaal niet nodig was dat school en ouder het eens waren. Waar het om gaat, is dat je als professional je wilt verdiepen in de wereld van het kind en daar met waardering over spreekt.

4.3 Reden 3: De leerling voelt zich gewaardeerd

Over die waardering gaat de derde reden waarom het belangrijk is om met ouders samen te werken. De waarderende houding naar de ouder maakt namelijk dat de leerling zich gewaardeerd voelt.

Kinderen zijn loyaal aan hun ouders. Het kind en de ouder zijn krachtig met elkaar verbonden. Dat is een natuurlijk gegeven, want het kind is van de ouder afhankelijk om te kunnen overleven, zo primair is hun band.

Als jij met waardering spreekt over de ouder, dan voelt de leerling zich gewaardeerd en kan hij zich ontspannen in het contact met jou. En andersom geldt ook: als jij de ouder afwijst en van de ouder weg beweegt, dan wijs je automatisch ook een stuk van de leerling af en vergroot je de afstand tussen jou en de leerling.

Even een voorbeeld. Stel, je ziet een ouder tegen de schoolafspraken in op de stoep voor de school parkeren om zijn kind even snel af te zetten. En jij gebaart van “Zo doen we dat hier niet hè”. Dan is jouw reactie wel te begrijpen, maar het kan goed zijn dat het kind zich daardoor afgewezen voelt. En spanning voelt tussen thuis en school. Hoe anders is dat als je op zo’n moment het kind op de gebruikelijke manier begroet en de ouder op een ander moment wel even aanspreekt.

4.4 Reden 4: Je geeft kinderen voorbeelden van goed samenleven

Interessant is dat dit soort momenten van interactie tussen jou en de ouder leerlingen veel leren over hoe je met elkaar omgaat als er sprake is van verschillen. Dat is meteen de vierde reden waarom samenwerken met ouders belangrijk is: jouw interactie met ouders geeft kinderen belangrijke voorbeelden van goed samenleven.

Als de leerling merkt dat jij je waarderend opstelt naar de ouder, respectvol over de ouder spreekt, ook als je wel eens van mening verschilt, dan leren leerlingen van jouw voorbeeldgedrag hoe ze met diversiteit kunnen omgaan. Heel interessant, in het kader van burgerschapsonderwijs. Want kinderen blijken vooral te leren over goed burgerschap van wat ze zien aan voorbeeldgedrag van volwassenen.

4.5 Reden 5: Je verlaagt de drempel voor ouders

Ten slotte, maar zeker net zo belangrijk als alle andere, is samenwerken — warm, open, waarderend contact van de professional naar de ouder — van belang, omdat het de drempel kan verlagen voor ouders om bij jou aan te kloppen. Dan hoeven ouders niet lang te blijven rondlopen met iets. Dan schieten ze je makkelijker even aan als er iets te vertellen of vragen is over het kind.

Twee Canadese onderzoekers (Bergeron & Deslandes, 2011) vroegen aan ouders die kennis maakten met de leerkracht van hun vierjarige kind, wat zij belangrijk vonden in dat eerste contact. Deze ouders hadden het vooral over de warme, vriendelijke houding van de leerkracht. Ze gaven aan dat zij het vooral heel belangrijk vonden dat de leerkracht hen warm begroette, aardig was en het gevoel gaf dat ze welkom waren. Uitleg over schoolregels en hoe alles in zijn werk gaat, prima allemaal, maar voor de ouders was de vriendelijke glimlach van de leerkracht veel belangrijker.

En waarom? Daarover zeiden de ouders twee dingen:

Als de leerkracht zo vriendelijk is naar mij, is ze waarschijnlijk ook zo lief in de omgang met hun kind.
Als er iets is, dan durf ik naar deze leerkracht toe te gaan.

5. Hoe nu verder?

In het volgende artikel neem ik je mee in wat professionals nu eigenlijk doen die het lukt om zo’n samenwerking met ouders tot stand te brengen.

Wil je meer weten over mijn onderzoek en samenwerken met ouders? Kijk dan op de pagina ‘Samen met ouders’ van de Marnix Academie.

 

5. Welke competenties zijn van belang?

Samenwerken met ouders

1. Inleiding

Hoi! Welkom bij dit artikel over samenwerken met ouders. Eerder is al duidelijk geworden wat we in deze reeks bedoelen met samenwerken: contact van mens tot mens; warm, empathisch contact, waardoor het mogelijk wordt om opvoedwaarden en -omstandigheden te verkennen. Contact op een diepere laag dus, onder het alleen maar praktische.

In dit artikel vragen we ons af: welke competenties van de professional zijn van belang in het samenwerken met ouders? Het gaat om vijf basishoudingen, die ik nu één voor één langs ga lopen.

2. Competentie 1: Gelijkwaardigheid

De eerste competentie is de basishouding van gelijkwaardigheid: jij, ouder, doet ertoe. Ik waardeer je en heb je nodig.

Dit betekent dat je begrijpt dat ouders en professionals niet gelijk zijn, maar wel gelijkwaardig. Terwijl jij maar een klein poosje met het kind en het gezin meeloopt, is de ouder er een leven lang. De ouder is voor jou dus onmisbaar om het kind goed te kunnen begrijpen.

Een basishouding van gelijkwaardigheid betekent ook dat je beseft dat de ouder van enorm belang is voor het welzijn van het kind. Als het goed gaat met de ouder, gaat het ook eerder goed met het kind.

Alice van der Pas ontwikkelde de Ouderschapstheorie. In haar werk wijst ze erop dat ouders het nodig hebben om af en toe te ervaren dat ze ‘goede’ ouders zijn. Die ‘goede ouder’-ervaringen werken als brandstof om het ouderschap vol te houden. Belangrijk dus, dat jij eens zegt: “Goh, wat leuk, al die gevarieerde dingen in het broodbakje, ik merk echt dat je kind daarvan geniet.” Of: “Je zoon vertelde in de kring dat jullie gevist hebben afgelopen weekend. Hij was er helemaal vol van!”

De Australische kinderarts Rachel Bushing verwoordt het zo: “Als wij onze denkbeeldige arm om de ouder kunnen leggen, kan de ouder dat weer beter bij zijn kind.”

3. Competentie 2: Empathie

De tweede competentie die van belang is in het samenwerken met ouders is empathie: ik zie je, ik hoor je en wil je recht doen. Hierbij gaat het om het tegemoet treden van ouders vanuit jouw warme, waarderende hart.

Ik gaf een keer college over samenwerken met ouders en toen kwamen er twee studenten naar me toe. Er was één vraag die hen erg bezighield en dat was: mogen we ook gewoon líef zijn voor ouders? In hun stages hadden ze vooral de boodschap meegekregen dat ouders lastig zijn en dat je ze beter een beetje op afstand kunt houden. Wat ontzettend jammer, want juist die vriendelijke, medemenselijke houding kan zoveel goed doen in het contact met ouders.

Hoe dat er in de praktijk uit kan zien? Leraren die dit doen, bellen meteen even naar huis als er iets voorgevallen is, zodat de ouder weet hoe het kind thuis komt. Ze bellen ook even om te vertellen: “Ik heb vandaag zo gelachen met je kind, ik móet het je even vertellen.”

Je denkt nu misschien: daar heb ik helemaal geen tijd voor, als ik dit voor de ouders van 30 leerlingen moet doen. Maar de grap is: doe je het wel, investeer je met dit soort kleine momenten van oprechte aandacht, dan bouw je een dijk van een band op en heb je een prachtige basis om op terug te vallen als er zich een keer iets ingewikkelds voordoet.

Professionals die werken vanuit empathie, gaan uit van de goede intenties van de ouder. Ik geef een voorbeeld. Stel, je staat op het schoolplein en je ziet een ouder het kind nét even te ruw vastpakken. Dan kun je ervoor kiezen om naar je collega te gaan en te vragen of zij dat ook zag, om vervolgens naar de IB te gaan om te vragen of dit bekend gedrag is van de ouder en voor je het weet heb je met elkaar een heel beeld in je hoofd van wat er aan de hand is…

Maar werk je vanuit empathie — ik wil je zien en horen, ik wil je recht doen — dan zul je in plaats daarvan ervoor kiezen om met de ouder zélf te delen wat je is opgevallen en samen te onderzoeken of je iets kunt betekenen.

4. Competentie 3: Reflectie

Dan de derde competentie: reflectie. Ik heb mijn waarden in beeld en ben bereid ze te onderzoeken.

Voor mijn promotieonderzoek verzamelde ik brieven van leraren over ervaringen van samenwerken met ouders. Een leerkracht schrijft over de moeder van een leerling die veel ingewikkeld gedrag laat zien. Hij doet andere kinderen pijn, maakt spullen kapot, gooit dingen door de klas. Hij krijgt al medicatie, maar daar wordt het depressief van…

Op een dag zit ze in een groot zorgoverleg met de moeder.

De leerkracht schrijft dat de moeder deze keer niet boos werd, maar begon te huilen. Ze zei: “Je moet je eens voorstellen hoe het is om een kind te hebben dat dood wil. En om elke dag op school te komen en bang te zijn om te horen wat je kind nu weer fout heeft gedaan.”

Op dat moment realiseert de leerkracht zich dat ze al die tijd alleen maar gefocust is geweest op het gedrag van de leerling en geen moment aandacht heeft gehad voor deze moeder. En ze vraagt zich af: wat heeft deze moeder van ons nodig? Wat kunnen wij als school betekenen voor dit gezin?

De leraar wordt zich ineens bewust van haar eigen manier van kijken en is dan bereid haar kijk bij te stellen. Dát is wat we leraren zien doen, die het lukt om samen te werken met ouders.

5. Competentie 4: Moed

De vierde competentie is moed: ik durf buiten de lijntjes te kleuren en ik durf dit ook als collega’s er anders over denken.

Je zult het misschien al bedacht hebben: jezelf zijn, authentiek in het contact met ouders staan, is van groot belang. Als jij echt bent, kunnen ouders echt zijn bij jou. Dan kun je het met elkaar hebben over de dingen die ertoe doen. En dat vraagt moed.

Moed om toe te geven dat je iets niet weet.
Moed om naar je gevoel te luisteren en daar woorden aan te geven.
Moed om ergens op een nieuwe manier naar te durven kijken.
Moed om de wijsheid van je hart te volgen.
En de moed om dit ook te doen als anderen er anders over denken, of de schoolregels of afspraken iets anders van je vragen.
In mijn brievenstudie gebeurde iets wonderlijks. Ik had leerkrachten gevraagd een voorbeeld te beschrijven waarin het lukte om met ouders samen te werken aan opvoeding. Ik verzamelde 34 brieven, maar in 10 daarvan was helemaal geen sprake van samenwerken. Daar ging het juist helemaal mis in het contact met ouders.

In de eerste instantie baalde ik daar van, want nu bleven er maar 24 bruikbare brieven over. Totdat ik bedacht dat het wel eens heel interessant kon zijn om op zoek te gaan naar de verschillen tussen de brieven waarin het lukte en de brieven waarin het niet lukte. En ik ontdekte iets bijzonders. Wat steeds maar naar voren kwam in de brieven waarin het samenwerken niet lukte en wat helemaal ontbrak in de andere, was dat de leerkracht terugviel op de schoolregels. “Zo doen we het hier nu eenmaal, bij ons op school is het nu eenmaal de afspraak dat we…”

Ik geef een voorbeeld uit zo’n brief. Een leerling komt te laat en de leerkracht geeft dit meisje een rode kaart mee naar huis voor de ouders, want dat is nu eenmaal de afspraak op school. De leerkracht schrijft dat ouders erg boos zijn. Het meisje is normaal immers altijd op tijd en de moeder is ook heel betrokken in de oudercommissie… Later komt de leerkracht erachter dat het meisje te laat was, omdat de ouders die nacht met hun andere kindje in het ziekenhuis hebben gezeten. En dan schrijft de leerkracht: “en het is nooit meer goed gekomen.”

In alle tien brieven waarin het misloopt tussen de leerkracht en ouders gebeurt dit: afspraken voorrang geven, ook als het ten koste gaat van de relatie.

Van dit resultaat van mijn brievenstudie leren we dat het contact met ouders niet beter hoeft te worden van meer regels en afspraken. Terwijl we wel geneigd zijn om naar regels en afspraken te grijpen, als het ingewikkeld wordt met ouders. Juist in die situaties is moed nodig. Moed om te vragen naar het onderliggende verhaal van de ouder, moed om de regels even te laten voor wat ze zijn als de relatie met de ouder dat nodig heeft.

6. Competentie: Het volhouden

De vijfde en laatste competentie: het volhouden.

Rachel Bushing, de kinderarts, zegt heel terecht: “‘Loving the unlovable’ is moeilijk. Het is uitputtend, emotioneel werk.” Daarom is het belangrijk dat je voor jezelf en elkaar zorgt, als onderwijsprofessionals.

De empathie die je opbrengt voor ouders, is ook belangrijk in relatie met jezelf. Je mág zeggen tegen een ouder die aan het einde van de schooldag bij je komt: “Het lukt mij na deze drukke dag even niet om goed naar je te luisteren. Kunnen we een andere afspraak maken?” Dat vindt geen ouder erg. Je laat juist zien dat je graag goed wilt kunnen luisteren.

En als je een keer een lastig gesprek hebt moeten voeren en het zit je hoog, zoek dan even iemand bij wie je je verhaal kwijt kunt. En doe dat liefst niet in de volle koffiekamer, maar doe het wel. Om zelf weer op te laden.

Daarbij: weet heel goed dat jij kúnt samenwerken met ouders. Het lukt jou om elke dag opnieuw er met die lach en goede moed te staan voor jouw leerlingen. Het lukt jou om het mooie te vinden in elk kind. Die kwaliteiten mag je ook aanboren in je contact met ouders.

En tenslotte nog dit. Voor de podcast die ik maak over samenwerken met ouders interviewde ik derdejaarsstudent aan de lerarenopleiding, Isa. Ze zei: “Er zijn eigenlijk geen lastige ouders, alleen lastige onderwerpen.” ‘Lastige’ ouders hebben het lastig. Zij handelen uit pijn of zorg. Dat te beseffen, bereid zijn dat te onderzoeken, helpt om je empathie te vinden.

7. Hoe nu verder?

Wil je meer weten over het samenwerken met ouders? Bekijk dan ook de pagina ‘Samen met ouders‘.

Meer weten of aan de slag?

Doe inspiratie op: ontdek werkvormen en materialen om direct in je team te gebruiken.
Lees verder: bekijk onze achtergrondartikelen ‘Leren samenwerken met ouders‘ en het ‘Pleidooi voor samenwerken met ouders‘.
Luister: naar de podcast “10 Minuten over samenwerken met ouders”.
Neem contact op met vragen of voor overleg of aanmelding voor één van onze trainingen of presentaties, mail Mirjam Stroetinga via m.stroetinga@hsmarnix.nl.

Samen met ouders doen we kinderen recht. Want wie ouders waardeert, versterkt het kind.