Die vraag leeft op lerarenopleidingen en in basisscholen, maar zeker ook in Den Haag. De minister wilde in gesprek met de mensen die dagelijks ervaren wat goed onderwijs en goed opleiden inhoudt: studenten, opleiders en professionals uit het werkveld. Niet vanuit beleidsstukken of vergadertafels, maar midden in de praktijk.
Dat leverde een werkbezoek op waarin studenten, docenten, stagebegeleiders en partnerscholen volop aan het woord kwamen. De minister bezocht ook een les zoals studenten die op de Marnix Academie ervaren en schoof zelf aan om mee te leren, te reflecteren en in gesprek te gaan.
Uitdagingen, oplossingen en mogelijkheden
Studenten en medewerkers deelden openhartig wat zij tegenkomen in het onderwijs en tijdens de opleiding tot leraar basisonderwijs. Studenten en medewerkers lieten zien waar zij tegenaan lopen in het onderwijs en de lerarenopleiding, maar vooral ook welke ideeën en mogelijkheden zij zien voor de toekomst.
Centraal stond de vraag hoe je studenten zo opleidt dat zij met vertrouwen en vakmanschap voor de klas staan. Een stevige basis is daarbij essentieel. Net zo belangrijk is de nieuwsgierigheid en het vermogen om jezelf gedurende je hele loopbaan te blijven ontwikkelen.
Want leren stopt niet bij het behalen van een diploma.
Volgens docent en curriculumontwikkelaar Koen Luijns vraagt dat ook om een andere manier van kijken naar toetsen en beoordelen in het toch al overvolle curriculum van de pabo. Er ligt nu al een stevig fundament met de landelijke instroom- en uitstroomtoetsen. Nog meer landelijke toetsing haalt de focus weg bij het opleiden van startbekwame, zelfbewuste leraren en het inspelen op regionale behoeften.
Het traject waar meer werk van gemaakt mag worden, is het nog beter inrichten van een Leven Lang Ontwikkelen, waarbij de eerste jaren worden gebruikt om te groeien van startbekwame naar vakbekwame leraar. De verwachte opbrengst hiervan is dat het pabo-programma minder overladen wordt en er meer ruimte komt voor verdieping op de basisvaardigheden (het fundament).
Studenten herkennen die manier van leren. Tijn vertelt: ‘Bij de Marnix Academie leer ik om te reflecteren op mijn handelen. Dat zorgt ervoor dat ik veel bewuster ben van wat ik leer.’
Student Rohan vulde hierop aan dat hij eraan moest wennen om feedback op een andere manier te gebruiken: ‘Feedback verzamelen en feedback krijgen is even wennen, maar we krijgen goede begeleiding. Dit geeft je de kans om op je eigen manier te groeien.’
‘Feedback verzamelen en feedback krijgen is even wennen, maar we krijgen goede begeleiding. Dit geeft je de kans om op je eigen manier te groeien.’
Rohan, student
Die ruimte om te ontdekken, te oefenen en te groeien is kenmerkend voor studeren aan de Marnix Academie.
De praktijk als rode draad door de opleiding
Wie leraar wil worden, leert het vak niet alleen uit boeken. Je leert het in de praktijk, samen met ervaren professionals en kinderen.
De praktijk loopt daarom als een rode draad door de opleiding tot leraar basisonderwijs aan de Marnix Academie. De academie werkt samen met 375 basisscholen. Zo dragen de opleiding en de stageschool gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van toekomstige leraren. Juist in de wisselwerking tussen opleiding en werkveld ontstaat ruimte voor vernieuwing en ontwikkeling. Elles van den Anker, aanwezig vanuit het netwerk van partnerscholen, benadrukte het belang van de samenwerking tussen Marnix Academie, stageschool en student: ‘Leraren opleiden doen we echt samen.’
Ook studenten ervaren hoe waardevol die verbinding is. Tijn: ‘Mijn mentor in mijn stageklas weet wat er vanuit de Marnix van mij verwacht wordt en kan mij daarin begeleiden.’
Al vroeg ervaren hoe het is om voor de klas te staan
Voor veel studenten is de eerste stage een belangrijk moment. Aan de Marnix Academie maken studenten al enkele weken na de start van hun opleiding kennis met de praktijk.
Dat eerste contact met een basisschool kan bevestigen wat iemand misschien al jaren voelt: dit is het vak dat bij mij past.
Winona Ensink, programmaleider van het netwerk van opleidingsscholen, vertelt waarom daar zoveel aandacht voor is: ‘Om die reden besteden wij, samen met onze partners, zoveel tijd en aandacht aan de stages. Ook aan de plaatsing voor de eerste stage.’
Wie kiest voor de pabo, kiest daarmee niet voor vier jaar uitsluitend studeren op een campus. Je ontwikkelt je vanaf het begin in de wereld waarin je later gaat werken.
Leraar voor ieder kind
Tijdens het bezoek kwam ook een actueel politiek onderwerp ter sprake: de mogelijke opsplitsing van de lerarenopleiding in een opleiding voor het jonge kind en een opleiding voor het oudere kind. Studenten, docenten en professionals uit het werkveld zien daar weinig in. Elles van den Anker verwoordde het vanuit de praktijk: ‘In onze school voelt het hele team zich verantwoordelijk voor álle leerlingen.’
‘In onze school voelt het hele team zich verantwoordelijk voor álle leerlingen.’
Elles van den Anker, vertegenwoordiger partnerscholen
Ook studenten zien de waarde van een brede opleiding. Eén van hen vertelde: ‘Ik wil zelf geen lesgeven aan kleuters, maar ik ben blij dat ik daar wel stage heb gelopen. Het is goed om te weten hoe kinderen zich ontwikkelen.’
Wie kinderen wil begeleiden in hun ontwikkeling, heeft baat bij een brede blik. Begrijpen waar een kind vandaan komt én waar het naartoe groeit, helpt je om beter onderwijs te geven.
De minister in de kring
Minister Letschert bleef tijdens haar bezoek niet langs de zijlijn staan. Ze schoof aan bij een lessituatie en ervoer deels zelf hoe studenten samen didactiek leren kennen, reflecteren en elkaar feedback geven.
Dat maakte zichtbaar wat de Marnix Academie kenmerkt: leren doe je samen. Door vragen te stellen. Door ervaringen te delen. Door met elkaar te onderzoeken wat werkt en wat beter kan.
De oefening maakte indruk. Met een glimlach merkte de minister op: ‘Ik zet de Tweede Kamer ook een keer in een kring om deze oefening te doen.’
De reactie zorgde voor herkenning en gelach in de groep, maar liet ook iets zien van de kracht van samen leren. Wie zich kwetsbaar durft op te stellen, vragen durft te stellen en openstaat voor feedback, blijft zich ontwikkelen.
Precies die houding is onmisbaar voor leraren van morgen.
‘Mijn handen jeuken om hier te studeren’
Aan het einde van het werkbezoek kwam iedereen samen in een volle collegezaal. De gesprekken van de dag hadden een helder beeld opgeleverd van wat studenten, opleiders en het werkveld belangrijk vinden voor de toekomst van het onderwijs.
De minister neemt de inzichten en ervaringen mee in het landelijke gesprek over het beroep van leraar en de toekomst van de lerarenopleiding en nodigde bestuursvoorzitter Astrid Venes uit om samen met partners uit het werkveld mee te werken aan de verdere ontwikkeling van toekomstgericht onderwijs en sterke leraren.
‘Oprecht onder de indruk’
De minister sloot haar bezoek af met woorden die bij veel aanwezigen bleven hangen: ‘Mijn handen jeuken. Niet om jullie onderwijs te veranderen, maar om zelf te beginnen. Ik ben oprecht heel erg onder de indruk.’
Een uitspraak die raakt aan waar het op de Marnix Academie om draait: mensen opleiden die nieuwsgierig zijn, willen groeien en het verschil willen maken voor kinderen.
Overweeg jij om leraar basisonderwijs te worden? Of werk je al in het onderwijs en wil je je verder ontwikkelen of specialiseren? Dan is de Marnix Academie een plek waar je leert door te doen, te onderzoeken en samen te werken.
Want goed onderwijs begint bij mensen die blijven leren.