Onderzoek » Promovendi » Mirjam Stroetinga

Promotieonderzoek

'Samenwerking van leraren in het basisonderwijs met ouders aan opvoeding'

Aanleiding voor het onderzoek
Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de samenwerking van leraren met ouders. Vaak is dat onderzoek gericht op het verbeteren van de leerprestaties van kinderen. De samenwerking tussen leraren en ouders blijkt leerprestaties te kunnen bevorderen. Het promotieonderzoek ‘Samenwerken met ouders aan opvoeding’ gaat uit van het idee dat leraren niet alleen bijdragen aan het cognitief leren, maar ook aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Leraren in het basisonderwijs trekken lange tijd op met de leerlingen en begeleiden hen dagelijks. De manier waarop leraren omgaan met kinderen en de inhoud van hun lessen zijn niet waardevrij. Kohlberg zei al in 1977: “In het handelen van de leerkrachten en in de lesstof wemelt het van de waarden.” Onbewust dragen leraren dus bij aan de opvoeding. Daarnaast gebeurt dat ook bewust, denk aan lessen sociale vaardigheid, burgerschap en/of levensbeschouwing. 
Met toenemende diversiteit en individualisering in onze samenleving, speelt het onderwerp opvoeding ook een rol in het onderwijsdebat. Het EU-onderzoek ‘Teaching common values’ (Veugelers, de Groot en Stolk, 2017) is daar een voorbeeld van. Beleidsmakers vragen zich af hoe scholen kunnen bijdragen aan het bevorderen van sociale samenhang in de samenleving en de waardering van diversiteit. Het is dan ook opmerkelijk dat er nog niet zoveel onderzoek gedaan is naar het samenwerken van leraren met ouders op dit gebied. 

Doel en onderzoeksvraag
In de Nederlandse context van diversiteit en individualisering kunnen leraren en ouders verschillende overtuigingen hebben ten aanzien van opvoeding. Op de partnerscholen van de Marnix Academie komen we allerlei voorbeelden hiervan tegen. Een leraar: “Om 10 uur eten we altijd fruit in de klas. Eén leerling heeft altijd een boterham bij zich. Ik vind het jammer dat hij op deze manier de kans mist om fruit te leren eten.” Een andere leraar: “Mijn leerlingen uit groep 5 doen mee met de Ramadan. Zij missen daardoor zoveel voeding en slaap, dat ze zich niet kunnen concentreren in de klas”. Een ouder: “Mijn zoontje zit bij de kleuters en wordt regelmatig even op de gang gezet om na te denken over zijn gedrag. Persoonlijk vind ik dat geen goede aanpak.” Zulke situaties vragen om ontmoeting, samenwerking tussen ouders en leraren. Dit onderzoek bestudeert wat er nodig is om als leraar samen te werken met ouders in het belang van de persoonlijke ontwikkeling van het kind. In het onderzoek staat de volgende vraag centraal: Hoe kunnen leraren in het basisonderwijs (professionaliseren voor het) samenwerken met ouders aan opvoeding? 

Aanpak
Allereerst vindt een literatuuronderzoek plaats, om erachter te komen wat er in de internationale, wetenschappelijke  literatuur al bekend is over het onderwerp. Daarnaast worden brieven van leraren verzameld over het samenwerken met ouders aan opvoeding: welke situaties komen leraren tegen en hoe gaan ze met deze situaties om? Ook worden eerstejaars studenten van de lerarenopleiding basisonderwijs bevraagd door middel van een vragenlijstonderzoek: hoe denken zij over het samenwerken met ouders aan opvoeding, welke situaties komen zij tegen in hun stage en wat vinden zij daarvan? Een vierde deelonderzoek bestaat uit het observeren van collegiale reflectie van leraren op het samenwerken met ouders aan opvoeding. Wat komen leraren tegen, hoe denken zij daarover, wat zouden ze anders willen en wat levert het op om dat eens uit te proberen en daarop te reflecteren met collega’s? In deze fase worden ook ouders geïnterviewd. Als van al deze vier deelonderzoeken de opbrengsten zijn samengebracht, worden deze resultaten voorgelegd aan lerarenopleiders uit opleiding en praktijk. In deze zogeheten focusgroepen, denken de opleiders samen na over wat de resultaten betekenen voor het opleiden van leraren. 

Planning 
Het onderzoek is in november 2015 officieel van start gegaan. Eind 2019, begin 2020 wordt het onderzoek afgerond. 

Betrokkenen
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Mirjam Stroetinga, senior-adviseur bij het Marnix Onderwijscentrum. Begeleiding vindt plaats vanuit de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht: Wiel Veugelers is de promotor; Yvonne Leeman de co-promotor.

Meer informatie? Mail naar m.stroetinga@hsmarnix.nl