Home » Nieuws
Nieuwsoverzicht

‘Identiteit is work in progress’

Barbara de Kort doet promotieonderzoek naar de ontwikkeling van de identiteit van de Marnix Academie in de afgelopen 30 jaar. Ze dook het archief in en interviewde veel (oud-)medewerkers. “Het is belangrijk om te weten wat het verhaal van het collectief is, want dát is de identiteit.” 

‘Identiteit is work in progress’

Waarom gaat je promotieonderzoek juist over dit thema?
Ik voel me erg verbonden aan de Marnix Academie. Toen anderhalf jaar geleden de mogelijkheid zich voordeed om promotie-onderzoek te doen, leidde het spoor al snel naar de identiteit van de Marnix Academie. Mede door mijn bestuurlijke werk heb ik daar veel interesse in. En dan vooral in de narratieve identiteit: identiteit als een verhaal. Want identiteit is geen stilstaand beeld maar juist  dynamisch. Je zou kunnen zeggen: work in progress.

Bedoel je daarmee de levensbeschouwelijke identiteit?
Bij identiteit wordt vaak uitsluitend gedacht aan de religieuze of levensbeschouwelijke identiteit. Daar wordt dan van alles aan opgehangen. Ook binnen de Marnix Academie wordt hier over gediscussieerd, bijvoorbeeld over de ‘p’ van protestants-christelijk. Mijn onderzoek kan een bijdrage leveren aan dat gesprek. Want identiteit heeft met meer dan uitsluitend de religieuze identiteit te maken. Het is eerder zo dat ieder identiteitsverhaal een levensbeschouwelijke of religieuze laag heeft. 

Wat versta jij onder identiteit?
Ik kan dat het beste duidelijk maken aan de hand van een ander abstract begrip, namelijk ‘organisatie’. Dat is ook een begrip dat terugkomt in mijn onderzoek. 
Een organisatie is niet een tastbaar iets, het bestaat uit een collectief. Dat collectief verbindt zich aan een bepaald doel: hetgeen waar het dagelijks voor gaat. Het is belangrijk om te weten wat het verhaal van dat collectief is, want dát is de identiteit van een organisatie. Het gaat dus om wat de Marnix Academie is en wil zijn.  

Hoe zie je die identiteitsontwikkeling binnen de Marnix Academie?
In de bijna dertig jaar dat ik bij de Marnix Academie werk, heb ik kunnen constateren dat de identiteit in ontwikkeling is. In verschillende periodes van de geschiedenis van de academie werden verschillende woorden gebruikt om de identiteit te omschrijven en zijn er verschillende uitingsvormen van die identiteit. Die constatering maakt me nieuwsgierig! Eerst werd bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een prachtige omschrijving van Feitse Boerwinkel om te verwoorden wat de Marnix Academie was en wilde zijn. Vieringen hebben in de loop van de tijd ook andere inhouden en vormen gekregen. Ons spreken over de academie en de opleiding is in de loop van de tijd gewijzigd, net als onze kijk op het beroep van leraar.

Je onderzoek richt zich op vijf periodes tussen 1984 en 2014. Welke zijn dat?
De eerste episode is de totstandkoming van de Marnix Academie. Ik onderzoek welke rol identiteit daarin destijds speelde. 
De tweede episode is de komst van het stelsel visitatie en accreditatie. Dat was een nieuw verschijnsel waarbij je je als organisatie diende en dient te verantwoorden op wat je als organisatie bent en hoe je handelt.
De derde episode is de invoering van de hoog zelfsturende programmering (HZP). Er moest meer samenhang in de opleiding komen en studenten moesten meer eigenaar zijn van hun leerproces. Zelfsturing noemden we dat toen. Vakdocenten werden opleidingsdocenten. Dat was best ingrijpend.
De vierde episode is de totstandkoming van het beroepsbeeld. Het beroepsbeeld werd beschreven in de publicatie Bekwaam, betrokken en bevlogen. Het geeft weer hoe we , toen en nu, tegen het beroep en tegen de Marnix Academie aankijken.
De vijfde episode is de totstandkoming van het laatste strategisch plan. Daarin werd de koers van de Marnix Academie bepaald, voor de periode van 2013-2017. Bij de totstandkoming van dit plan waren medewerkers en partnerscholen betrokken.

Wat valt jou op in het onderzoek tot nu toe?
Wat mij opvalt is dat de levensbeschouwelijke identiteit nauwelijks een rol speelde bij de totstandkoming van de Marnix Academie in 1984. In die tijd was een protestants-christelijke identiteit iets vanzelfsprekends. Het onderwijs was nog sterk verzuild. In een dergelijke situatie word je niet uitgedaagd na te denken waarom je bepaalde keuzes maakt. Iets anders dat mij opvalt, is dat in bijna alle interviews met medewerkers en oud-medewerkers van de Marnix Academie de woorden ‘betrokkenheid’ en ‘ruimte’ vallen. Dat is veelzeggend.
Ik ga al deze interviews, net als de documenten uit het archief, analyseren. Zo ontstaat het beeld van de identiteitsontwikkeling van de Marnix Academie. Uiteindelijk wil ik ook een instrument kunnen aanbieden dat helpt bij het zichtbaar maken van identiteitsontwikkeling. En zichtbaar maken heeft zin: je gaat zo van tijd tot tijd met elkaar het gesprek aan over ‘wie we zijn en willen zijn’.

Meer weten over het promotieonderzoek van Barbara de Kort? Bekijk de website.
Lees ook de bijdrage van Barbara in de bundel Kijken met de ogen van de ander (2016).