Als leraar basisonderwijs help je leerlingen zich de culturele bagage eigen te maken die is samengevat in de kerndoelen primair onderwijs en die elke deelnemer aan de samenleving nodig heeft om volwaardig te kunnen functioneren.
Je houdt je op de hoogte van maatschappelijke ontwikkelingen en van maatschappelijke invloeden die doordringen in de groepen en hebt een kritische houding ten opzichte van wat zich aan maatschappelijke ontwikkelingen en invloeden aandient.
Je hebt kennis van aspecten van duurzame ontwikkeling en je brengt je leerlingen respect bij voor hetgeen waard is gekoesterd te worden.
Een leraar die vakinhoudelijk en didactisch competent is, stemt de leerinhouden en zijn eigen gedrag af op de leerlingen in zijn groep en houdt rekening met individuele verschillen. Hierbij ga je uit van leer- en ontwikkelingslijnen.
Een leraar die vakinhoudelijk en didactisch competent is, heeft voldoende kennis en vaardigheid op de onderwijsinhouden en vakdidactieken. Uitgangspunt hierbij zijn de kerndoelen primair onderwijs. Voor het vak godsdienstige vorming/levensbeschouwelijke vorming wordt de vakinhoudelijke en didactische competentie in het kader van DCBO in de bijlage apart uitgewerkt.
Een leraar die vakinhoudelijk en didactisch competent is, ontwerpt in zijn groep een krachtige leeromgeving. Daarbij is er een relatie met competentie 1 (interpersoonlijk competent), competentie 2 (pedagogisch competent) en competentie 4 (organisatorisch competent).