Als leraar basisonderwijs draag je bij aan de vorming van de leerlingen. Je maakt die vormende rol waar vanuit een (verantwoord en aan wetenschappelijke bronnen gerelateerd) normatief kader, waarin jouw opvattingen over (bijvoorbeeld) recht en rechtvaardigheid, ruimte geven, bemoedigen en ondersteunen in de omgang met de ander een plaats hebben gekregen. Je bent je bewust van die opvattingen en kunt die verwoorden en verantwoorden in taal en in handelen. Je sluit in dat handelen aan bij het normatieve kader van de school.
Je laat je inspireren om je rol als docent en medeopvoeder zo goed mogelijk vorm te geven. Je hanteert (levensbeschouwelijke) inspiratiebronnen en weet de leerlingen vanuit die bronnen te inspireren. Daarmee geef je op authentieke wijze vorm aan persoonlijk meesterschap.
Er zijn relaties met competentie 1 (interpersoonlijk competent) met 2 (pedagogisch competent) met 3 (vakinhoudelijk competent) met 5 (samenwerken in een team) met 6 (samenwerken met de omgeving) en met 7 (competent in reflectie en ontwikkeling).